'Oesoel as-Soennah'

Alhamdoellillaahi Rabbiel A`alemien wa Sallallaahoe a`la Nabijinaa Mohammed wa a`la aalihi wa Sahbihi was sellem.

Iedereen weet hoe belangrijk het voor een moslim is om zijn religie te bestuderen. Het belangrijkste daarvan is te leren wat de juiste ‘Aqiedah (geloofsovertuiging) is.

Allaah Tabaraka wa Ta`ala zegt: “Voorwaar, van onder Zijn dienaren zijn degenen die Allaah het meest vrezen; de geleerden!” (Soerah Fatir Vers: 28.)

En Allaah Tabaraka wa Ta`ala zegt: “Weet dat er geen god is dan Allaah en vraag (dan) om vergeving…” (Soerah Mohammed Vers: 19.)

Daarom is het één van de gunsten van Allaah voor ons om u het hiervolgende boekje te presenteren. Dit boekje is geschreven door de Iemaam van Ahloes-Soennah wal Djama’ah: Iemaam Ahmed ibn Mohammed ibn Hanbal Ash-Shaybaanie Aboe ‘Abdillaah (rahiemehoellaah) en staat bekend als 'De Geloofsovertuiging van Ahmed ibn Hanbal' rahiemehoellaah of als 'Oesoel as-Soennah. Dit kleine maar fijne boekje bevat de belangrijkste leerstof van ‘Aqiedatoes-Selef (de geloofsbelijdenis van onze vrome voorgangers). Doordat dit boekje nog niet in het Nederlands vertaald was hebben wij dit, met de Wil van Allaah, ter ondersteuning van de Nederlands sprekende studenten en geïnteresseerden gedaan.

Onderwerpen zoals: “As-Soennah, Al-Bid’ah, de Disputie, Het kijken naar het Gezicht van Allaah op de Dag der Opstanding, Allaah’s Woord (de Qor`aan), de Weegschaal, de Bron, de Straf in het Graf, de plaats van de Metgezellen van de Profeet . enz. komen hierin aan de orde.” Misschien vinden een aantal lezers het vreemd dat er in een boek van 'Aqiedah As-Selefiyyah onderwerpen voorkomen zoals: de besteniging van overspelplegers, het (verplicht) luisteren en gehoorzaam zijn aan de leiders, het bestrijden van de Chawaaridj en andere rovers en dieven die het zichzelf toestaan om de levens en bezittingen van moslims te nemen nadat zij hen onrechtvaardig tot ongelovigen verklaard hebben etc.

Maar deze onderwerpen zijn niet zomaar toegevoegd! Want, sinds dit zaken zijn waar Ahloes-Soennah over in conflict zijn geraakt met Ahloel-Bid’ah was het noodzakelijk deze onderwerpen vanuit de Fiqh e.d. bij de boeken van ‘Aqiedah toe te voegen om hiermee duidelijkheid te geven over wat Manhadj As-Selef desbetreffende dit soort zaken is!

Als voorbeeld; “het vegen over de sokken (bij de woedzoe) heeft oorspronkelijk niets te maken met ‘Aqiedah. Maar sinds er een groep is (de Raafidah) die het vegen over de sokken niet als correct zien en de overtuiging er op nahouden dat het vegen over de blote voeten volstaat, moesten de Iemaams van Ahloes-Soennah (rahiemehoemoellaah) wel duidelijk maken dat dit een Bid’ah is en niet voldoende is voor de woedzoe. Dit is dus de reden dat dit soort zaken in de boeken van ‘Aqiedah terecht kunnen komen.

Iedere moslim is verplicht om de betekenissen van deze ‘Aqiedah te memoriseren en in zijn dagelijkse leven toe te passen! Want de “enige sleutel” naar het succes van het Paradijs is het leren en praktiseren van dat wat de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) en Zijn metgezellen nastreefden.


Wat betreft ons werk aan dit boekje. We hebben naast de vertaling van de tekst en een klein aantal voetnoten, een inleiding en een korte levensomschrijving van Iemaam Ahmed ibn Hanbal (rahiemehoellaah) toegevoegd, zodat de lezer een beeld krijgt van wie deze grote Iemaam was. We hopen dat de lezers allen profijt zullen hebben van de inhoud van dit boekje. Nu en op de Dag dat er geen ziel verantwoordelijk zal zijn voor dat wat een ander gedaan heeft. Moge Allaah ons en jullie allen oprechtheid, kennis en handeling in het geloof geven…Amien!

De fundamenten van de Soennah zijn bij ons;

1- Het volgen van de metgezellen van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) en het vasthouden aan dat waar zij zich aan vasthielden.

2- Het laten van Al-Bid’ah, en elke bid’ah is een dwaling.

3- Het laten van het redetwisten (over het geloof) en het ontwijken van het zitten in gezelschap van het volk dat hun begeerten volgt (Ahloel-hawa).

4- Het laten van het woordentwisten, disputeren en redetwisten over het geloof.

5- De Soennah is bij ons (samengesteld uit) de sporen (overleveringen) van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem).

6- De Soennah is als een gids voor en uitleg van de Qor’aan.

7- Er kan aan de Soennah niets van buitenaf toegevoegd worden.

8-Er mogen geen gelijkenissen tussen de Soennah en iets anders gemaakt worden.

9- Niet door het gebruikmaking van hersen(capaciteit) noch door begeerten (kan men de Soennah begrijpen). Voorwaar, (dit ligt hem in) het volgen van de Soennah en het laten van (het volgen van) begeerten!

10- En het is van de verplichte Soennah, waarvan degene die hier iets van weglaat en niet accepteert en niet ingelooft niet van haar mensen is: 'Om te geloven in de Voorbeschikking van het goede en het slechte (Al-Qadr).' Te vertrouwen op alle Hadieth die hierover gaan. Er mag geen ((Waarom?)) of ((Hoe?)) gezegd worden. Er moet op vertrouwd en in geloofd worden!

11- Het is voldoende voor iemand die een overlevering voor ogen komt maar de uitleg van deze overlevering niet kent om dit als regel te nemen; erin te geloven en (zich) aan over te geven.zeten

12- Zoals de hadieth van: De waarheidsgetrouwe, degene die geloofd wordt (as-Saadiq al-Masdoeq), en andere overleveringen die net zoals deze overlevering over al-Qadr gaan.

13- Net zoals alle hadieth die over Ar-Ro`jaa gaan, ook al klinkt het (misschien) vreemd in de oren en voelt de luisteraar er een aversie tegen, het is niet toegestaan om hier zelfs maar één letter van te weigeren. Voorwaar, hij moet in deze (overleveringen) geloven en in (alle) andere overleveringen die door de betrouwbaren zijn overleverd.

14- Redetwist met niemand. Disputeer niet met hem en leer niet te strijden met woorden, want het spreken over Al-Qadr, Ar-Ro’jaa en de Qor`aan en andere zaken van de geloofsbelijdenis is verboden gesteld. De redetwister over deze zaken is niet van Ahl As-Soennah -zelfs wanneer hij met zijn woorden de Soennah beaamd- totdat hij zich overgeeft aan deze overleveringen en het redetwisten (over deze zaken) laat.

15- En de Qor`aan is Allaah’s Woord en niet geschapen. En verzwak niet, door (niet) te zeggen 'niet geschapen'. Want, Allaahs Woord is van Hem en (Zijn Woord) is niet van Hem gescheiden en niets van Allaah ('s Woord) is geschapen. Wees dus gewaarschuwd, om met degenen die bij deze innovatie betrokken zijn te redetwisten! Of te redetwisten met wie zegt: “Mijn uitspraak van de Qor`aan is geschapen.” Of te redetwisten met diegene die onduidelijk is en zegt: “Voorwaar, de Qor`aan is het woord van Allaah, maar ik weet niet of de Qor`aan geschapen is of niet”. Net zoals degene die zegt dat de Qor`aan geschapen is, is de getuiger van de voorgaande twee uitspraken ook één van de mensen van innovatie’s (Ahloel-bid’ah). De Qor`aan is het Woord van Allaah en is niet geschapen!

16- Te geloven dat Allaah Ta`ala op de dag der Opstanding met het blote oog gezien zal worden. Zoals dat is overgeleverd (door de metgezellen) in de authentieke overleveringen van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem).

17- En (te geloven) dat de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) zijn Heer heeft gezien. En dat dit (authentiek) overgeleverd is over de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem). Door Qataadah via `Ikrimah op gezag van ibn 'Abbaas (radiAllaahoe 'anhoema). En het is overgeleverd door Al-Hakam ibn Abaan via `Ikrimah op gezag van ibn 'Abbaas. En zo is het overgeleverd door 'Alie ibn Zeed via Joesoef ibn Mahraan op gezag van ibn 'Abbaas. En bij ons is (het begrip van) de hadieth (aan de hand van) het klaarblijkende hiervan. Precies zoals het is overleverd over de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) (en zoals het er staat). Hier echter over te disputeren is een bid'ah. Maar, wij geloven hier in zoals het er staat en redetwisten met niemand hierover.

18- Te geloven dat er op de Dag des Oordeels een weegschaal zal zijn. zoals in de overlevering: “Op de Dag des Oordeels zal de dienaar(1) de daden van de dienaren zullen gewogen worden, zoals dat overgeleverd is in al-Ather. Geloof hierin en vertrouw hierop. Ontwijk degene die dit weigert en redetwist niet met hem!

19- Te geloven in, en te vertrouwen op dat Allaah Tabaraka wa Ta`ala op de Dag der Opstanding de dienaren allen persoonlijk en zonder tussenpersoon zal aanspreken.

20- Te geloven in de Bron. En dat de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) op de Dag des Oordeels een bron zal bezitten waar zijn natie langs zal gaan. De lengte en breedte van deze bron zijn aan elkaar gelijk, beide hebben een afmeting van een maand reizen. De aantal schenkkannen van deze bron, zoals dat in verschillende authentieke informatie staat: zijn zoveel als de sterren aan de hemel.


21- Te geloven dat er een straf in het graf zal plaatsvinden (voor de ongelovigen en boosdoeners). En dat (de mensen van) deze natie beproefd zullen worden in hun graven. Zij zullen gevraagd worden over: al-Iemaan, al-Islaam en wie hun Heer is en wie hun Profeet is! En te geloven in en te vertrouwen op dat Allaah Tabaraka wa Ta`ala (de twee engelen) “Moenkar” en “Nakier” naar hun graven zal laten komen zoals en hoe Hij dat wil.

22- Te geloven in de bemiddeling (ash-Shafaa'ah) van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem). En dat er een groep (mensen) uit het vuur gehaald zal worden, nadat zij gebrand hebben in het Hellevuur, en (zoals) houtskool zullen zijn geworden. (Zij zullen het Paradijs binnen gaan) nadat zij in een rivier bij de deur van het Paradijs (gewassen zijn), zoals dat overleverd is in al-Ather. Dit zal gebeuren aan de hand van dat wat Allaah wil en hoe Hij dat wil. Het is aan ons, om daarin te geloven en erop te vertrouwen dat het werkelijkheid is.

23- Te geloven in alle hadieth die duidelijk maken dat de Messias Ad-Dadjal zich zal manifesteren. Er zal tussen zijn ogen (het woord) Kafir (atheïst) geschreven staan. Wij moeten geloven dat dit zal gebeuren.

24- En (te geloven) dat `Iesaa ibn Marjam (‘Alayhie Sallem, vanuit de hemel) naar beneden zal dalen (op de witte minaret van de moskee van Damascus in Syrië) en dat hij de messias Ad-Dadjal bij de ingang van loed (Syrië) zal doden.

25- (Te geloven dat) Iemaan (geloof) bestaat uit: 'uitspraak' en 'handeling' en dat het vermeerdert en en vermindert.(2) Zoals dat in de overlevering staat:

“De gelovige met het volmaaktste geloof is degene met de beste manieren.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed nr. 4682)

26- Wie de Salaah laat (en niet onderhoud) is een Kaafir. Niets van de (uiterlijke) handelingen (van aanbidding) maken iemand kaafir, als die gelaten worden, behalve het gebed! Wie het gebed laat is een ongelovige. En Allaah heeft zijn terechtstelling (doodstraf) toegestaan.

27- De beste (mensen) van deze natie, na haar Profeet zijn: Aboe Bakr As-Sadieq en daarna ‘Omar ibn al-Chattaab en daarna ‘Othmaan ibn A`faan. Niemand van de metgezellen van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) verschilden van mening, over het vóóropstellen van deze drie. Daarom stellen ook wij hen vóór, op de rest van de metgezellen.

28- Na deze drie (zijn de beste van deze natie) de vijf consulthouders: 'Ali ibn Abie Taalib, Talha, Az-Zubair, 'Abdoer-Rahmaan ibn 'Auwf en S'ad (radiallaahoe 'anhoem). Zij allen zijn iemaam, en allen zijn geschikt voor het leiderschap. (Om dit te onderbouwen) gaan we naar de hadieth van ibn 'Omar: “Toen de Boodschapper van Allaah nog leefde en zijn metgezellen talrijk aanwezig waren. Achten wij: Aboe Bakr (als eerste) dan 'Omar, dan 'Othmaan en daarna zwegen wij.” (Overgeleverd door al-Boechaarie nr. 3600, 3697 en Aboe Dawoed nr: 4627, 4628 en at-Tirmidhie nr. 3707 )

29- Na de consulthouders (zijn de beste van deze natie) de metgezellen van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) die moehaadjir (emigranten vanuit Mekkah) waren en de veldslag van Badr hebben meegemaakt, en daarna de Ansaar die Badr hebben aanschouwd. Zij allen zijn trapsgewijs (de besten van deze natie) aan de hand van hun emigratie en voorloping in de Islaam.

30- De metgezellen van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie was sallem) zijn de beste mensen, éénieder die de Profeet een jaar, een maand, een dag, een uur of een oogblik heeft vergezeld is van Zijn metgezellen. De graad van zijn “metgezelschap” wordt bepaald aan de hand van de periode die hij naar Hem geluisterd of gekeken heeft, of aan de hand van de tijdsduur die hij met de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) heeft doorgebracht. Degene wiens “metgezelschap” het kortst was, is beter dan wie Hem (salallaahoe `alayhie was sallem) niet gezien heeft, zelfs al zouden degene die Hem niet gezien hebben van de Tabi`ieen (ect.) met “alle (vrome) werken” aankomen, zij zullen nooit beter zijn dan degenen die naar de Boodschapper (salallaahoe `alayhie was sallem) geluisterd hebben en Hem gezien hebben en in hem geloofd hebben. Ook al was hun “metgezelschap” maar (voor een korte tijdsduur of) een ogenblik. Het metgezelschap overtreft al hun werken!

31- We moeten luisteren en gehoorzaam zijn, aan de Amier Al-Moeminien en elke leider. Eénieder van hen, of hij nou vroom is of een zondaar is, (moet gehoorzaamd worden) als hij “het recht” in handen heeft gekregen. Zelfs wanneer de macht in zijn handen is gekomen via het plegen van een coup. Wanneer hij de leider wordt en de benaming krijgt van Amier Al-Moeminien of gekozen wordt door de mensen (geleerden) en hun welbehagen verkrijgt (moet er naar hem geluisterd worden en moet hij gehoorzaamd worden).

32- Het (gehoorzamen) aan de vrome en zondige leiders wanneer zij oproepen tot het voeren van een oorlog is verplicht tot aan de Dag der Opstanding, dit wordt niet gelaten!

33- Het verdelen van de oorlogsbuit en het uitvoeren van de Islaamitische wetten is (uitsluitend) toegeschreven aan de leiders. Het is dan ook aan niemand om hen (dit recht) te ontnemen of hen (op wat voor manier dan ook) te schandaliseren.

34- Het geven van de sadaqaat aan de vrome of zondige (leiders) volstaat en is toegestaan. Wie de sadaqaat aan hen geeft, heeft zijn plicht vervult.

35- Het is toegestaan het vrijdagmiddag gebed achter hem (de leider) of zijn plaatsvervanger te bidden. Twee volledige rakaat. Wie deze twee rakaat herhaalt (nadat de mensen met de iemaam gebeden hebben) laat de (authentieke) overleveringen links liggen en is een moebtedie` (innoveerder) en tegenstrijdig aan de Soennah. Wanneer hij de salaah achter de leiders onvoldoende acht zal hij niets van de waarde van het vrijdagmiddaggebed krijgen. Wie deze leiders dan ook zijn: vromen of zondaars. Het geloven dat het bidden van twee rakaat achter hen voldoende is, is de Soennah. Laat daar geen enige twijfel in je hart van overblijven!


36- Als de mensen het eens zijn geworden over hun leider en zijn leiderschap hebben erkent. Hoe hij dan ook leider geworden is: via welbehagen en verkiezing, of via het plegen van een coup. Wie onder het leiderschap van één van de leiders van de moslims uitstapt is in tegenstrijd met de (authentieke) overleveringen van de Profeet . en breekt zo de eenheid van de moslims. Wanneer deze opstandige dan in staat van muiterij (en ongehoorzaamheid aan zijn leider) overlijdt gaat hij als zondaar dood.

37- Het is niet toegestaan de bevelhebber te bestrijden. Nog is het voor wie dan ook toegestaan tegen hem te muiten (Al-choeroedj). Wie dat wel doet, leeft niet volgens de Soennah en de juiste weg. Maar hij is een moebtedie` (innoveerder).

38- Het is toegestaan voor een persoon zichzelf te verdedigen als hij bedreigt wordt door rovers of (een groep) chawaaridj, en voor zijn geld of zijn leven (of familie) vreest. Hij moet dan proberen om met al zijn kracht zichzelf te verdedigen. Wanneer hij (dan) met rustgelaten wordt is het niet aan hem om de rovers te volgen of te zoeken. Dit is alleen toegestaan voor de leider of één van zijn plaatsvervangers (zoals, justitie, leger enz.). Het is hem alleen toegestaan zichzelf gedurende het misdrijf te verdedigen. Hij moet zichzelf wel voornemen niemand te willen doden. Wanneer hij in een situatie van zelfverdediging, dan toch een moord pleegt, zal hij daar niet voor vergolden worden. Wanneer hij in staat van verdediging van zijn geld en leven (en familie) vermoord wordt hoop ik voor hem dat hij shehied (martelaar) zal zijn, zoals dat opgemaakt kan worden uit de overleveringen. Want voorwaar, er wordt in al deze overleveringen opdracht gegeven tot zelfverdediging. Er wordt echter geen opdracht gegeven tot moorden of het achterna volgen (van de rovers). Het is ook niet toegestaan, om (de rover) als hij hem neergeslagen heeft of verwond heeft, af te maken of achterna te volgen totdat hij hem gepakt heeft. Wat hij wel moet doen is: hem (of hen) aangeven bij degenen die Allaah als bevelhebbers over hen heeft aangesteld, het is niet zijn plicht om als hij ze gevangen heeft genomen, hen te vermoorden of het recht in eigen hand te nemen. Nee, de leider is degene die hen (de criminelen) zal straffen.

39- Er wordt voor niemand, die zijn aangezicht naar Mekkah (moslim), keert getuigt dat hij naar het Paradijs of de Hel zal gaan aan de hand van (vrome of zondige) daden die hij verricht. Er wordt voor de vrome gehoopt (dat hij naar het Paradijs zal gaan) en er wordt voor hem gevreest (dat hij toch gestraft zal worden voor een aantal zonden). Er wordt gevreest voor de zondaar (dat hij naar het Hellevuur zal gaan) en er wordt voor hem gehoopt dat Allaah Barmhartig tegenover hem zal zijn (en hem het Paradijs doet binnen treden).

40- (Wie sterft) en dan Allaah ontmoet met een zonde (die hem in het Hellevuur kan doen belanden) waarvoor hij tauwbah heeft gemaakt en niet vastberaden mee is doorgegaan. Allaah Tabaraka wa Ta`ala zal hem dan vergeven. Hij vergeeft de zonden, en accepteert de tauwbah (voorwaardelijke berouwtoning) van Zijn dienaren.

41- (Wie sterft) en Hem (Allaah) ontmoet terwijl hij door het doen van een zonde in de Doenya (wereld) een straf is ondergaan. Deze straf zal een kwijtschelding van deze zonde zijn. Zo is het overgeleverd in de Soennah van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem).

42- (Wie sterft) en Hem ontmoet terwijl hij vastberaden is doorgegaan met het doen van zonden (die hem in het Hellevuur kunnen doen belanden) zonder tauwbah te maken (vóór het sterven). Zijn zaak berust bij Allaah Tabaraka wa Ta`ala. Als Hij (Allaah) wil vergeeft Hij hem! En als Hij wil, vergeeft Hij hem niet!

43- (Wie sterft) en Hem ontmoet terwijl hij Kaafir (ongelovig, atheïst) is. Hij zal niet vergeven worden, maar (eeuwig) gestraft worden (in de Hel).

44- Het stenigen (van de overspelpleger) moet (in de Sharie`ah) waarlijk uitgevoerd worden. Op diegene die verboden sexuele omgang begaat (zina) terwijl hij (of zij) getrouwd is (geweest). Of nadat zij zelf de daad erkent hebben of nadat er een bewijs tegen hen is geleverd. (Door vier betrouwbare getuigen).

45- De Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) en de rechtgeleide leiders hebben allen de wet van het stenigen (van de overspelplegers) uitgevoerd.

46- Degene die één van de metgezellen van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie was sallem) haat of op wat voor manier dan ook vernedert, kleineert of zwart maakt, naar aanleiding van iets wat door hem gedaan is. Of één van hun slechte kanten (opzoekt en) opnoemt is een innoveerder. Deze innovatie (bid'ah) zal hem nooit worden vergeven totdat zijn hart schoon en rein tegenover hen allen (de Sahaabah) is. En totdat hij (tauwbah maakt, en) de Barmhartigheid van Allaah voor hen wenst en over hen uitspreekt.

47- An-Niefaaq (huichelaarij) is Al-Koefr: In het openbaar doen alsof hij moslim is, maar niet (werkelijk) in Allaah geloven en daarnaast een ander dan Hem aanbidden. Net zoals de hypocrieten die in de tijd van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie was sallem) leefden. En de uitspraak van de Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem): Degene die drie -eigenschappen- bezit is een moenafiq (huichelaar).” (Overgeleverd door al-Boechaarie e.a.) is een verdikking (waarschuwing). Doch, wij overleveren deze hadieth zoals het er staat en geven er geen uitleg aan.

48- (De Profeet (salallaahoe `alayhie was sallem)) Zijn uitspraak: “Wordt na mijn (dood) niet weer koeffaar (ongelovigen) die elkaar zonder leiding bevechten.” (Overgeleverd door al-Boechaarie en Moslim e.a op gezag van verschillende van de metgezellen (radiallaahoe 'anhoem).

En zoals:

“Als twee moslims elkaar met het zwaard bevechten (en elkaar vermoorden). Dan gaan de moordenaar en de vermoorde naar het Vuur.” (Overgeleverd door al-Boechaarie en Moslim e.a. op gezag van Abie Bakrah (radiallaahoe 'anhoe).

En zoals:

“Het uitschelden van een moslim is Fisq (zonde), hem vermoorden is Koefr.” (Overgeleverd door al-Boechaarie en Moslim e.a. op gezag van Ibn Mas'oed (radiallaahoe 'anhoe).

En zoals:

“Diegene die tegen zijn (moslim) broeder zegt: “Jij bent een kaafir” is (deze uitspraak) op van toepassing, of komt op de uitspreker terug!” (Overgeleverd door al-Boechaarie en Moslim e.a op gezag van verschillende van de metgezellen (radiallaahoe 'anhoem).

En zoals:

“Loochening van (iemands) eigen afkomst (ook al is deze afkomst niet noemenswaardig tussen de mensen) is koefroen billahi (ongeloof).” (Overgeleverd door al-Boechaarie en Moslim e.a op gezag van verschillende van de metgezellen (radiallaahoe 'anhoem).

En zo zijn er andere authentieke, en gememoriseerde hadieth in deze betekenis. Wij nemen de betekenis van deze hadieth aan zonder hierover te redetwisten of te disputeren, zelfs wanneer wij de (juiste) interpretatie van deze hadieth niet kennen. Wij leggen deze hadieth uit aan de hand van dat wat er staat en weerleggen hier niets van, behalve met dat wat (sterker en) authentieker is. (i.e. indien aanwezig.)

49- Het Paradijs en de Hel zijn geschapen (en nu aanwezig) zoals dat over de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie was sallem) is overleverd: “Ik ging het Paradijs binnen en zag een kasteel.' 'En ik zag de Bron'”En “Ik bezocht het Paradijs en zag dat haar meeste bewoners dat en dat…. waren.' 'En ik bezocht de Hel en zag dit… en dat.'” Wie echter beweert dat beide niet geschapen (en nu aanwezig zijn) ontkent de Qor`aan en de Hadieth van de Boodschapper van Allaah (salallaahoe `alayhie was sallem). Ik verwacht niet, dat hij in het Paradijs en de Hel gelooft.

50- Degene die, van hen die hun aangezicht naar Mekkah wenden (moslims), en als Moewahid(3) sterft. Voor (hem/haar) bidden wij (Djenaazah), en vragen wij vergiffenis voor (bij Allaah). Ook al heeft hij een kleine of grote zonde begaan. Zijn zaak berust bij Allaah Tabaraka wa Ta`ala. Wij ontzeggen hem niet van het vergiffenis vragen, noch ontzeggen wij hem van de Salaah voor hem.


____________________________
Voetnoot:

(1) Deze overlevering is hoogstwaarschijnlijk niet aanwezig met deze tekst. Hetgeen aanwezig is deze uitspraak van de profeet (salallaahoe `alayhie was sallem) in de twee authentieke boeken:
“Voorwaar, op de Dag des Oordeels wordt er een geweldig dikke man gebracht, hij zal bij Allaah nog niet eens het gewicht van een mug bezitten!” (Overgeleverd door Boechaarie nr. 4729 en Moslim nr. 2785.)

(2) D.w.z. 'de uitspraak' van het hart en de tong en 'handeling' van het hart, de tong en de ledematen. (zie al-'Aqiedah al-Waasitieyyah van Shaych al-Islaam ibn Temiyyah) Het vermeerdert door het doen van goede, oprechte en vrome daden en het vermindert door het doen van zonden en slechtheden. Moge Allaah onze Iemaan laten stijgen en stijgend houden! Amien!

(3) Een persoon die de Tauwhied van Allaah betreffende ar-Roeboebiyyah, al-Oeloehiyyah en al-Asmaa was-Sifaat in woord en daad naleeft.


Bron: 'Oesoel as-Soennah' van Imam Ahmed. - http://www.sincerehearts.nl/

0 reacties:

Een reactie posten

Live duroos